STAAT VAN ZIJN

Het resoneren van het verleden

Je draagt de blauwdruk van een oude oorlog onder je huid. Een netwerk van angst, aangelegd in de jaren dat overleven je enige dagtaak was. Zelfs nu de wapenstilstand getekend is en je in de veiligheid van een nieuw leven staat, blijft je zenuwstelsel een soldaat die weigert de wacht te verlaten. De dreiging is fysiek verdwenen, maar de bedrading ligt er nog, gespannen als een snaar die bij de kleinste trilling knapt.

Een 'verkeerd' uitgelegd woord, een blik die je niet kunt peilen, een stilte die net iets te lang duurt of een onverwachte beweging die de veilige ruimte plotseling doorklieft. Een verleden dat even kruist met het heden; het is genoeg voor een totale kortsluiting. In een fractie van een seconde schiet de paniek door je banen. Je systeem herkent de contouren van het oude monster. Je reageert niet op de man die tegenover je staat, maar op de schaduw die hij onbedoeld werpt. Het is de dwingende noodzaak van trauma: je projecteert het script van de beul op de man die slechts de stilte opzoekt. Je ziet de 'Harde Man' in de ogen van de zachte, omdat je eigen blik nog steeds is afgesteld op het herkennen van gevaar.

Het vormt een onzichtbaar mijnenveld tussen twee mensen die elkaars veiligheid willen zijn, maar elkaars gevaar vrezen. In de stilte die volgt, projecteren we onze diepste angsten op de ander, tot het gezicht van de partner langzaam vervaagt en plaatsmaakt voor het masker van degenen die ons eerder braken. Projectie wordt dan de enige taal. We reageren niet op wie de ander is, maar op de schim die we over hem heen hebben gedrapeerd. De een vertaalt stilte als verlating, de ander vertaalt liefde als een verstikkende claim. Twee trauma’s die in het donker tegen elkaar opbotsen.

En dan begint de sabotage.

Omdat de stilte onverdraaglijk voelt, zoek je de storm. Je beukt tegen de muren van je eigen vesting, hopend op de klap die je tenminste herkent. Je probeert de liefde te buigen tot hij weer past in het verstikkende harnas van vroeger. Maar dan wijkt het script af. De ander weigert de rol van de beul aan te nemen. Hij weigert mee te gaan in de dans van scherven. Door simpelweg te blijven staan—onwrikbaar in zijn eigen zachtheid—wordt hij de spiegel waarin de schimmen niet kunnen overleven.

Pas als de mist van die projectie langzaam optrekt, zien we de werkelijkheid: dat de 'geest' van de ander slechts de echo was van onze eigen onverwerkte pijn. De littekens dicteren misschien de dans, maar ze bepalen de muziek niet meer.

In de bedding van een liefde die deze rauwe sabotage durft aan te kijken, die de rust bewaart terwijl jij trilt, kan de soldaat eindelijk zijn wapens neerleggen.

Volgende
Volgende

Project | DE ILLUSIE VAN HERSTEL