STAAT VAN ZIJN
De onzichtbare blauwdruk - Scripts van overleving
Je loopt rond met je eigen, onzichtbare blauwdruk. Gevormd door wat achter je ligt, geschreven in de kille taal van overleving. Soms ontmoeten twee blauwdrukken elkaar, dan vertaal je, zonder dat je het doorhebt, elkaars letters verkeerd.
Een zenuwstelsel dat in de hitte van een misverstand direct teruggrijpt naar het script van de test. Omdat de gebroken verbinding onverdraaglijk voelt, geboren uit de angst voor de plotselinge stilte uit het verleden, dwing je de storm af. Je eist de afstand om de nabijheid te bewijzen; een onbewuste schreeuw om het tegendeel bewezen te krijgen. Je stuurt de ander naar de drempel, smekend dat hij de muren omverwerpt die je zelf optrekt, dat hij de storm trotseert, blijft staan en je vastpakt. Om de klap van de afwijzing voor te zijn, door hem zelf te regisseren.
Maar in het donker botst jouw storm frontaal op een andere breuklijn. Daar waar de woorden niet landen als een test, maar als het definitieve vonnis over de eigen waarde. Waar jij roept om verbinding door afstand te eisen, activeert de storm aan de overzijde slechts de bevestiging van de diepe angst voor de uitwissing. Het alarmsysteem daar kent geen redding of verzet; het kent slechts de bevriezing en de kille leegte in het hart. De ander trekt zich terug in het pantser van de vermijding, sluit de luiken en laat de stilte vallen. Niet om te beschadigen, maar als een schild om de klap die hij al gelooft te voelen, te overleven.
Twee onzichtbare scripts van overleving die in de marge van de dialoog volledig langs elkaar heen zijn geschreven. Waar de een de armen wil sluiten, bouwt de ander de muur. En zo weven twee systemen in de gevangenis van hun eigen geschiedenis exact de eenzaamheid die ze zo wanhopig probeerden te bezweren. Het is de tragische kortsluiting tussen twee werelden die allebei snakken naar dezelfde veiligheid; het diepe weten dat de ander blijft.
Pas wanneer de storm is gaan liggen en je deze blauwdrukken naast elkaar durft te leggen, trekt de mist op. Je hoeft elkaars angst niet te repareren. Maar je kunt wel leren zien dat de harde afwijzing aan de oppervlakte slechts de vermomming is van een diepe paniek; een onmachtig smeken om te worden vastgehouden. En dat de plotselinge, ijzige stilte aan de overzijde geen onverschilligheid is, maar de kille ademnood van iemand die gelooft dat hij de ander allang verloren is.
*