STAAT VAN ZIJN
De vrijbrief
Er is een stil, verraderlijk moment waarop je draagkracht tegen je gesteld wordt.
Het is het moment waarop jouw toewijding niet langer wordt ontvangen als een geschenk, maar wordt geïncasseerd als een vanzelfsprekendheid. Wanneer de woorden ‘ik stop er niet zomaar mee’ geen blijk van liefde meer zijn, maar een vrijbrief voor de ander om achterover te leunen.
Loyaliteit verandert dan in een kussen waarop de ander in slaap valt. Fouten hoeven niet meer echt te worden hersteld, grenzen vervagen en de noodzaak om te investeren verdwijnt. Want waarom zou je vechten voor iets wat je toch nooit verliezen kunt? Het is een schijnzekerheid die niet rust op wederzijds respect, maar op het opmaken van jouw adem.
Iemand die zegt niet bang te zijn om je te verliezen omdat hij weet dat je toch wel blijft, onderschat niet jouw liefde. Hij onderschat jouw grens.
Want gezond betekent niet dat je verlamd bent door angst. Het vraagt om een stil ontzag voor de breekbaarheid van een verbinding die rust op vertrouwen. Om zorgvuldigheid. Om het haarscherpe besef dat elke voetstap over een grens de grond onder de verbinding laat afbrokkelen. Om de hand die meteen reikt om te herstellen als hij de ander heeft bezeerd, simpelweg omdat de band te heilig is om te laten verkillen.
Niet bang zijn om iemand te verliezen is zelden een teken van een diep verankerde liefde. Het is de kille arrogantie van wie denkt dat hij ongestraft mag breken. Dat je de ander slecht kunt behandelen en toch verwacht dat het hart open blijft en de liefde overeind.
Het is de blinde vlek van iemand die vergeet hoe stil het wordt als de grens eenmaal bereikt is.